Dag 11: Alesund – Bergen (10 maart)
Na een goede nachtrust (dit hotel had de beste bedden van alle hotels tot nog toe) zijn we om 9 uur in de ontbijtzaal. Wederom valt het niet tegen: Verse zalm, verschillende andere soorten beleg, verschillende soorten brood, een gekookt eitje, kopje koffie, glaasje jus d’orange, wat wil je nog meer. Met een prachtig uitzicht over de zee en de eilandjes bij Alesund doen we nieuwe energie op voor die dag. Helaas regent het en er is weinig hoop op mooi weer. Af en toe is er, met een optimistisch oog, wel wat blauwe lucht te zien, maar de bewolking lijkt te dik om snel te verdwijnen.
Na te hebben uitgechecked rijden we naar het centrum Alesund, op ongeveer een kwartiertje rijden. We treffen Elmar en Sander buiten de parkeergarage. Zij waren doorgereden terwijl wij nog wat foto’s wilden maken van een van de vele fraaie bruggen, en staan dus ergens anders geparkeerd.
Alesund staat bekend om de vele gebouwen in Jugendstil.
Ondanks het enigszins mistroostige weer en dankzij een totaal gebrek aan toeristen (in de zomer meert er iedere dag wel een cruiseschip aan dat in een keer enkele duizenden toeristen over het stadje uitspuugt) wandelen we op ons gemak door het oude gedeelte van Alesund. Hieronder een korte fotoimpressie.
Wat moeten Engelstalige toeristen wel niet denken??
Na een kopje koffie te hebben gedronken in een café dat werd uitgebaat door een architect die zowaar zijn Nederlandse klassiekers kende (Rem Koolhaas, de enige naam die me is bijgebleven) lopen we terug naar de auto en beginnen aan de rit naar Bergen.
Net als de dag ervoor hebben we ook vandaag weer diverse pontjes en blijft het weer een beetje treurig. Het is voornamelijk erg bewolkt, maar zo af en toe is er een zonnestraaltje waarneembaar.
Vanzelfsprekend hebben we vandaag wederom een aantal pontjes. Tijdens het wachten op dat eerste pontje schijnt de zon heel mooi door een gat in de bewolking, wat een mooi plaatje oplevert.
Tijdens een van de andere overtochten staat er voornamelijk Zweeds blik aan boord.
Het leuke van Noorwegen is dat je na iedere bocht weer een nieuw uitzicht hebt. In de meeste gevallen is dat uitzicht adembenemend mooi. In enkele gevallen vraag je je echter af of je richting het einde van de wereld rijdt.
Na een lange dag arriveren we uiteindelijk in Bergen. Bergen staat bekend als de natste stad van Europa en doet die titel eer aan. Hopelijk is het morgen wat beter, want dan gaan we de stad bekijken. We slapen trouwens in het City Box hotel. De receptioniste is spreekt Engels en Noors en is voorzien van een monitor, toetsenbord en een printer. Juist, we moeten hier m.b.v. een computer inchecken. Dat ding print dan een magneetkaartje waarmee je de deur van je kamer kan opendoen. Eenmaal aangekomen op onze verdieping valt de weeïge urinelucht op. Dat belooft wat, denken we. Gelukkig is er op de kamers niks van te merken. Die zijn ruim maar wat sober ingericht. In mijn kamer ontbreekt het gordijntje voor het raam in de badkamer. Nu zit ik weliswaar op de 3e verdieping, en als ik me tegen de muur van de badkamer aandruk dan is er alleen een blinde muur zichtbaar, maar helemaal prettig vind ik het niet. Maar eens zien hoe we dat morgenvroeg gaan oplossen. Het uitzicht vanuit het raam aan de voorzijde is trouwens prima.
Dag 10: Trondheim – Alesund (9 maart)
Vanmorgen hebben we om 9.00 uur gegeten in het Scandic hotel in Trondheim. Zelden heb ik zo’n uitgebreid ontbijtbuffet in een hotel gehad, dus dat maakt de extreem hoge prijs een beetje goed. Een klein beetje. Daarna zijn we via internet een hotel gaan zoeken in Alesund, want daar zouden we in eerste instantie in een soortgelijk kot (bedankt voor die omschrijving, Sander) slapen als in Trondheim. En daar hadden we dus niet zoveel zin in. Booking.com sorteert de hotels op prijs, dus we zijn bovenaan begonnen met bellen. En meteen raak: Het is het Alesund Airport Hotel geworden. Om ongeveer 11 uur verlaten we de (eveneens peperdure) parkeergarage onder het Scandic, nadat we eerst nog wat foto’s van de erg vieze bolides hebben gemaakt.
Tijdens het verlaten van de stad ergeren we ons nogal aan de afstelling van de stoplichten. Het zijn er teveel, ze kennen geen groene golf, en per groen licht gaan er drie auto’s doorheen. Maar goed, het mag de pret niet drukken, we zijn onderweg naar Alesund, het mooiste plaatsje van Noorwegen, en de weg er naartoe gaat vast en zeker geweldig mooi worden. Na nog een paar tunnels te hebben gehad, die wederom belachelijk duur zijn (3 Euro voor 300 meter) krijgen we weer uitzicht op het fjord waar Trondheim aan ligt. Trondheim is overigens een mooie moderne stad met veel fraaie gebouwen en kantoorpanden.
Na een half uurtje verlaten we de weg en rijden binnendoor, via een bergweg en met een koffiepauze, naar het volgende fjord. Inmiddels is het gaan regenen en zit de temperatuur net boven 0gr. Celsius. Wederom diverse mooie fotomomenten, die met grote frequentie worden gedigitaliseerd.
Tijdens de rit van vandaag zullen we diverse keren met een veerpont een fjord moeten oversteken. Bootje varen is natuurlijk altijd leuk, en de spectaculair mooie omgeving maakt het helemaal bijzonder. Overigens hebben we geluk met die veerboten: Iedere keer liggen ze klaar als we komen aanrijden, dus we verliezen geen tijd met wachten. En da’s wel zo prettig, want Eva (jeweetwel, die TomTom mevrouw) geeft aan dat de rit van ca. 300km zo’n 6 uur duurt. Dat is dus exclusief de rust- en tankpauzes. Ilja en Marius, die een andere route rijden, komen net te laat bij het pontje. Vanaf het bovenste dek (dat de optimistische naam “zonnedek” heeft meegekregen) zien we ze staan.
Na de overtocht ontwaren we zowaar een LPG station langs de weg, dus we maken graag van de gelegenheid gebruik om de tank weer eens vol te gooien.Terwijl ondergetekende voorzichtig, over een ijsplaat zo groot als het gehele tankstation, terugloopt naar de kassa om af te rekenen gaat hij vakkundig onderuit. Het zag er volgens de omstanders zo mooi uit dat een vertraagde herhaling niet eens nodig was. Afijn, ik heb de rest van de dag met een ze*knatte spijkerbroek gelopen. Met dank aan de stoelverwarming voelde het uiteindelijk niet al te onaangenaam meer. Maar leuk is, uiteraard, anders.
De mevrouw achter de balie verkocht trouwens ook broodjes, maar die zien er niet echt fraai uit, dus onze honger zullen we elders moeten stillen.
Na nog een of twee andere pontjes komen we uiteindelijk aan in Alesund. Het is even zoeken naar het hotel (Alesund Airport Hotel). Je zou verwachten dat het zeer nabij de luchthaven ligt, maar dat is niet het geval. Na een telefoontje met een slecht (=niet) Engels sprekende dame komen we aan bij het hotel en worden zeer vriendelijk ontvangen door Heinz, de eigenaar. Na even met hem te hebben gesproken over onze reis wijst hij ons onze kamers en helpt met het sjouwen van de bagage. De kamers zijn enorm ruim en comfortabel en hebben verschillende luchtvaart gerelateerde posters aan de muren hangen.
Na bij Marjolein en Kornelis op de kamer de foto’s en filmpjes van die dag te hebben bekeken en het alcoholtekort te hebben aangevuld, deels uit de wijncontainer van 10 liter, zijn we wat gaan eten in het restaurantje dat bij het hotel hoort. Heinz vraagt of alles naar wens is, en blijft nog even kort staan praten. Instemmend knikt hij als we zeggen dat de prijzen in Noorwegen vrij stevig zijn vergeleken met Zweden en de rest van de EU. “We have too much oil” is zijn verklaring.
We borrelen na het eten nog wat na en gaan daarna slapen cq. deze site updaten.
Dag 9: Sorsele – Trondheim (8 maart)
Zo, vanmorgen zijn we vroeg opgestaan om om 6.30uur aan het ontbijt te kunnen zitten. We verdenken de eigenaar van het pension (http://www.pensionatholmen.se/) ervan dat hij ook dit keer geen inkopen heeft gedaan om het ontbijt te bereiden maar dat alles uit eigen tuin/kip/broodmachine komt. Het smaakt er niet minder om trouwens, al is het brood erg zoet en machtig.
Iets later dan gepland vertrekken we, na eerst nog afgerekend te hebben. Dat was trouwens een aangename bezigheid: De overnachting kostte inclusief diner (met zelfgeschoten eland) met een lekker koud pilsje en ontbijt zo’n 55 Euro. En dat was dan inclusief 2 Euro voor het draadloze internet. Wat mij betreft voor herhaling vatbaar. Overigens zijn we later op de dag blij met die goedkope overnachting, maar daarover straks meer.
Tijdens het vertrek en de eerste kilometers regent het, wat ons het ergste doet vermoeden: Gladheid! De grond is namelijk nog flink bevroren en een remproef wijst uit dat de weggedeelten die vrij van sneeuw zijn, verraderlijk glad zijn geworden. De auto glijdt al vrolijk ABS’end enkele tientallen meters verder door dan gedacht. Oppassen dus, snelheid aanpassen en waar mogelijk op de sneeuw gaan rijden, want daar hebben we meer grip.
Al snel blijkt weer dat de afstanden in Zweden onmetelijk veel groter zijn dan bij ons. Eva (de mevrouw die in de TomTom zit) laat zien dat we over 192km bij de rotonde recht over moeten steken. Daarna volgt overigens weer een rotonde, waarna we wederom vele tientallen kilometers op dezelfde weg blijven rijden. Ongekend!
Na een uurtje rijden hebben we trek gekregen in koffie, en besluiten te stoppen bij het eerste het beste restaurantje dat we tegenkomen. Helaas blijkt die gesloten te zijn, dus maken we gebruik van de gelegenheid om de handrembochtjes te perfectioneren en om nog wat foto’s te maken.
De omstandigheden zijn erg wisselend en binnen een tijdsbestek van een half uur ofzo zien we zowel de zon schijnen als sneeuw vallen. En een combi van die twee, wat best apart is. Een en ander vormt weer voedsel voor mooie plaatjes.
Wat later rijden we een dorpje binnen waar we de auto’s parkereen en een konditorei binnen gaan. De koffie is vers en smaakt er prima. Inmiddels schijnt de zon weer, en met nieuwe energie kaffeïne rijden we verder. Nog voordat we het dorpje uit rijden worden we opgehouden door een wel heel bijzonder broertje: Een paarse 242 in “landbouwuitvoering”, die niet harder gaat (en mag, waarschijnlijk) dan zo’n 30km/hr.
Gelukkig rijdt de bestuurder al snel (en driftend
) een zijstraatje in, zodat wijzelf een prettigere snelheid kunnen gaan aanhouden. Buiten het dorpje zijn er wederom diverse Kodakmomentjes. Omdat de weg niet al te best is, is het soms wat moeilijk om een mooie foto te maken en in een aantal gevallen wordt er wat lukraak geschoten in de hoop dat het resultaat enigszins acceptabel is. Oordeel zelf:
Tijdens een tankstop voor Elmar spotten we twee fraaie Volvo’s. De eerste is een silversand 850:
En de tweede is (wederom) een “landbouwuitvoering” van een PV (?), die met een paar jonge gasten al driftend het tankstation komt binnenrijden:
Inmiddels is het ook lunchtijd geworden. In het volgende dorpje vinden we een tankstation anex hamburgertent waar ze de beste dubbele hamburger bereiden die ik de laatste 41 jaar heb geproefd. Hij staat niet op de foto, maar goed, zó fotogeniek zijn die dingen niet.
De grens met Noorwegen is nog maar zo’n honderd kilometer verwijderd, dus na die hamburger met coca-cola (in totaal voor 5 Euro, hoezo is Zweden duur??) zoeken we het asfalt weer op. Ook hier weer veel foto’s geschoten. Hieronder een kleine selectie:
Vlak voor de Noorse grens begint het weer serieus te sneeuwen, dus wederom passen we onze snelheid flink aan. Een strooiwagen die voor ons rijdt gaat vriendelijk aan de kant. Prettig voor het uitzicht, want veel zie je niet achter zo’n ding:
Om ca. 15.00 uur passeren we de Noorse grens en rijden het eerste het beste stadje in om LPG te tanken. Volgens Eva (jeweetwel, de dame in de TomTom) zou er bij een Shell tankstation vlakbij het vliegveld LPG te krijgen moeten zijn, maar helaas blijkt dat niet het geval te zijn. Jammer, tegenvallertje. We besluiten om geen verdere zoektocht te beginnen en rijden lekker verder op benzine. Overigens heeft Kornelis vandaag een nieuw record gebroken: ca. 450km op een tank LPG van zo’n 47 liter netto. Is dat slechte weer in ieder geval nog érgens goed voor geweest!
We vragen Eva om de weg te wijzen naar ons hotel, en om daarbij de tolwegen te mijden. Jammer genoeg wijst ze ons vervolgens een tunnel in die bij het uitrijden een tolweg blijkt te zijn. We balen ervan dat dit niet eerder stond aangegeven, maar later blijkt dat de aanduiding “Kr” betekent dat er betaald moet worden. Vervelender is echter dat we nog geen Noors geld hebben (want nog geen bank gezien), en dat de automaat bij het einde van die tolweg alleen maar cash geld eet en geen creditcard lust. Gelukkig is er aan de andere kant van de snelweg een bemand toolhuisje. Met gevaar voor eigen leven steekt Kornelis die snelweg over, om met “plastic” te betalen. Dat lukt, dus we kunnen verder. We besluiten om snel een bank op te zoeken om wat contact geld op te nemen. Nadat dat gelukt is vervolgen we de reis en komen prompt wéér onbedoeld en ongewenst op een tolweg uit. Minpunten voor Eva. Tot onze schrik (en vergezeld van een hartgrondige vloek van Kornelis) komen we er achter dat de automaat alleen maar muntjes wil hebben, en wederom ook geen creditcard accepteert. Oei. De geldautomaat heeft ons hele mooie briefjes gegeven, maar munten hebben we niet. Uiteindelijk besluiten we niet te betalen en op hoop van zegen door te rijden. Er zijn gelukkig geen slagbomen, maar wel een camera waarvan we vrezen dat die alles fijntjes heeft vastgelegd. Nou ja, we zien wel wat er gebeurt. In het ergste geval volgt er een boete die naar NL wordt gestuurd, maar die we zullen aanvechten. We willen best betalen voor de tolweg, maar een boete is absurd. We zijn net de grens over, hebben braaf geld gehaald maar muntgeld kregen we niet en we wisten ook niet dat we dat nodig hadden. Bovendien is het absurd dat zo’n automaat geen creditcard accepteert. Afijn, we zien wel wat er gebeurt.
Ondertussen maken we weer wat foto’s.
Vervolgens is het nog maar een klein stuk naar ons hotel. Ellendig genoeg blijkt dat echter een jeugdherberg te zijn, waarvan het A4′tje met de waarschuwende tekst dat deze jeugdherberg drugsvrij is en zo moet blijven, ons het ergste doet vermoeden voor wat betreft het soort gasten. We checken in en brengen onze bagage naar de kamers. Als we onze kamers openen blijkt dat het allemaal wel heel erg basic is. En goedkoop is het trouwens ook niet, maar ook als dat wel zou zijn dan zouden we hier niet blijven.
We besluiten dus te vertrekken (Ilja en Marius uitgezonderd) en pakken onze spullen weer. Gelukkig krijgen we ons geld weer netjes terug en gaan we op zoek naar een ander, fatsoenlijk, hotel. Gelukkig kostte de vorige overnachting (in Sorsele) vrij weinig, dus als we nu iets duurder uitkomen dan heft dat elkaar mooi op. Uiteindelijk belanden we in het Scandic hotel in Trondheim. Een wereld van verschil! Luxe kamers met alle voorzieningen en, zeker niet onbelangrijk, een éigen badkamer in plaats van een gezamenlijke douchecel die je met de andere gasten moet delen. Het is wel “ietsje” duurder, maar na gisteren “trekken” we dat wel.
Morgen rijden we naar Alesund, een ritje van zo’n 300km. Daar hadden we een hotel (hostel) van dezelfde keten als in Trondheim, dus die gaan we nog even annuleren en iets fatsoenlijks zoeken. Het belooft in ieder geval een mooie rit langs de fjorden te worden. Als het weer een beetje meewerkt kunnen we morgen weer wat mooie foto’s plaatsen!
Overigens houden we gedurende de dag middels korte berichtjes bij waar we zijn. Dat is vaak makkelijker dan via deze website. Kijk op http://www.volvo850forum.nl/index.php/topic,36416.0.html
Dag 5: Umea – Lulea (4 maart)
We vertrekken vandaag om 7 uur want we willen op tijd in Lulea arriveren. Om 13.00 uur moeten we namelijk klaar staan voor de sneeuwscootersafari!
Het is maar een kort ritje, weinig bijzonderheden. Iets voor 11 uur arriveren we bij ons hotel in Lulea. Ronald en Tim staan ons al op te wachten op de parkeerplaats. Nog even snel de auto fotograferen.
Het hotel ziet er netjes uit, de kamers zijn lekker ruim en, niet onbelangrijk, er is gratis wifi! Nu maar hopen dat er zo af en toe tijd is om deze site te updaten.
Ruim voor 1 uur ‘s middags arriveert onze sneeuwscooter gids. Hij vraagt ons of het correct is dat we “iets speciaals” wilden. Mwah….dat klopt wel ja! Hij meldt ons met enige trots dat hij de dag ervoor tot diep in de nacht is bezig geweest om voor ons een route uit te zetten. Die route begint bij het hotel en zal, zo horen we met enige huivering, al snel over een bevroren rivier gaan. Niks bijzonders, ware het niet dat er een laag water staat tussen het ijs en het sneeuwdek dat er op ligt. Om te voorkomen dat we vast komen te zitten moet er flink gas worden gegeven en, zo vertelt hij, als er tóch iemand vast komt te zitten dan moet de rest proberen om de overkant te bereiken en zal de gids de onfortuinlijke VOMAC’er proberen te redden. Hmmm…… klinkt me iets te “speciaal”, maar goed. We zitten in Zweden, dus ik vertrouw erop dat “safety first” niet alleen bij Volvo bekend is maar ook bij anderen.
Nadat we ons omgekleed hebben mogen we de sneeuwscooters beklimmen, en na een korte instructie vertrekken we. Na een minuut of 10 komen we uit bij de rivier. De gids zegt dat we ca. 50 meter ruimte moeten tussen de voorganger en onszelf, niet in andermans spoor moeten rijden maar in de verse sneeuw en een snelheid moeten aanhouden van zo’n 50km/hr. Eenmaal op de rivier blijkt het allemaal niet zo heel erg spannend. Ikzelf voel de sneeuwscooter af en toe wegzakken in de sneeuw maar kan door meer gas te geven voorkomen dat ie verder weg zakt en de anderen hebben soortgelijke ervaringen.
Na een half uurtje stoppen we even om bij te komen. Niet dat het nou zo heel erg vermoeiend is, maar de dikke kleding en het mooie weer zorgen ervoor dat je het toch nog aardig warm hebt.
Na deze korte pauze stappen we weer op onze sneeuwscooters om onze weg te vervolgen. Met snelheden die oplopen tot zo’n 60km/hr schieten we tussen de bomen door. Op een geprepareerd parcours zijn die sneeuwscooters verbazingwekkend goed te besturen, maar in de diepe sneeuw is dat een heel stuk lastiger. Een draaicirkel op hoge snelheid (want anders zak je weg in die sneeuw en kom je er zonder hulp niet uit) is al gauw een meter of 100 groot. Althans, voor ons ongeoefende sneeuwscooteraars. Overigens lukt het Kornelis om zijn sneeuwscooter inclusief hemzelf en Marjolein in de diepe sneeuw te begraven door een bochtje te missen en rechtuit te gaan. Met wat hulp waren ze gelukkig binnen een paar minuten weer mobiel.
Na een uurtje nemen we wederom een pauze op een prachtige lokatie. Met een warme kop koffie en een lokale zoete Zweedse lekkernij genieten we van het uitzicht.
Na de koffiepauze hebben we nog tot ca. 16.30 uur genoten van het sneeuwscooteren. Het is duur, maar het was het geld dubbel en dwars waard. Super gaaf!!
Bij het inleveren van de sneeuwscooters viel ons de Chevrolet Corvette op, die op de naastgelegen ijsbaan aan het driften was. Na wat foto’s te hebben gemaakt werd aan Marjolein gevraagd of ze een rondje wilde meerijden. Dat liet ze zich geen twee keer zeggen! Uiteindelijk hebben we allemaal een rondje meegereden. De bestuurder was aan het oefenen voor de driftkampioenschappen waar hij als professional aan zou gaan deelnemen.
Nadat iedereen zijn rondje had meegemaakt zijn we in de taxi naar het hotel gestapt, waar we Elmar en Sander ook weer troffen. Zij zijn niet mee gaan sneeuwscooteren maar hebben een alternatieve route naar Lulea genomen. ‘s Avonds zijn we met zijn allen in Lulea gaan eten. Bij terugkomst bij het hotel viel meteen de volle parkeerplaats op. Zo’n beetje alle VOMAC’ers zijn gearriveerd!
Dag 4: Stockholm – Umea (3 maart)
Vandaag zijn we, na een prima ontbijt, om ongeveer 8 uur vertrokken vanuit Stockholm. Doel: Umea. Onder genot van een heerlijk zonnetje glijden de kilometers snel onder de wielen van beide Volvo’s door. De etappe waar we in eerste instantie zo tegenop zagen blijkt erg mee te vallen. Als we die ca. 640km kunnen afleggen met het tempo waarop we in ochtend rijden, dan zijn we halverwege de middag in Umea.
Vandaag lijkt ook een beetje de dag van de “eerste keer”-tjes te worden. We spotten voor de eerste (en voorlopig nog enige) keer een eland. Het dier staat zich even ongegeneerd te krabben aan een van de palen van de afrastering. Die afrastering is bedoeld om elanden en ander wild tegen te houden van een dodelijke rit (voor het dier zelf en in potentie ook voor de inzittenden van de auto die het dier schept) over de weg, en staat langs het grootste deel van de Zweedse snelwegen en overige drukke doorgaande wegen.
We hebben ook voor de eerste keer een “vastloper”. Nee, de motortjes in onze auto’s doen het prima, maar na een korte tankstop om de LPG tank van de rode R te vullen, wijkt Elmar iets teveel uit voor een tegemoetkomende auto. Als hij weer uit de berm wil wegrijden, blijkt die uitwijkmanouevre iets te ruim te zijn geweest. Uiteraard biedt “wagen 1″ hulp en na een paar minuten duwen komt “wagen 2″ weer los. Geen schade verder, niks aan het handje dus, de reis kan verder.
Het LPG station is trouwens alleen te vinden m.b.v. een navigatiesysteem waarop je de lokatie als POI hebt toegevoegd. Het ligt namelijk achteraf op een verlaten rangeerterrein en is op geen enkele manier zichtbaar of aangegeven vanaf de doorgaande weg.
Tijdens een lunchpauze bij een hamburgertent in Sundsvall (een dodelijk saai ingerichte toko trouwens, die hét alternatief zou moeten zijn voor de McDonalds die er tegenover ligt en bij mij de indruk wekte alsof ik in een leprakolonie terecht was gekomen) zijn we ingehaald door “Viking_in_Shorts”, ofwel de al tien jaar in Göteborg wonende Nederlander Tim. Hij rijdt die dag nog door naar Lulea, waar Ronald (“Taranis”) inmiddels ook gearriveerd was. Dat is dan nog een rit van zo’n 600km.
We hebben ook voor de eerste keer omstandigheden gehad die, wat mij betreft althans, zo slecht waren (veel ijs en sneeuw op de linker baan) dat ik de vrachtwagen die voor ons reed niet voorbij durfde te gaan. Nou ja, durven wel, maar doen is iets anders en zeker in andermans auto waar ik nog onvoldoende gevoel bij had. Lekker er achter blijven hangen dus. Aan het verzoek aan Tina Trucker om de snelweg te verlaten en een kop koffie te gaan drinken wordt gelukkig snel gehoor gegeven zodat we de reis met een iets hogere snelheid kunnen vervolgen. Helaas zijn er nog meer truckers die roet in het eten gooien, zodat de ETA uiteindelijk 17.15 uur is. Na een korte bestuurderswissel neemt Kornelis het roer weer over. We arriveren rond 17.15 uur in ons hotel in Umea, waar Elmar en Sander inmiddels al waren aangekomen.
Na een pizza te hebben gegeten in een nabij gelegen Italiaans restaurantje, bekijken we nog even de gemaakte foto’s en filmpjes en drinken we een gat in onze drankvoorraad.
Dag 3: Sightseeing Stockholm (2 maart)
Gisteren zijn we bijtijds gaan slapen, en omdat het toch wel een zware dag was geweest hebben we onszelf permissie gegeven om uit te slapen. We troffen elkaar om 9.00 uur aan de ontbijttafel (de 2 jongsten waren een kwartier later :evil grin:), waar we wederom een uitstekend ontbijt hebben kunnen nuttigen. Wat dat betreft is het Ibis me 100% meegevallen. Bovendien zijn de kamers in het Ibis hotel in Stockholm ongeveer 3x groter dan dat in Malmö. Overigens hoorden we vanmorgen op het nieuws dat er op de snelweg die we gisteren hebben gereden, vannacht 2 zware ongelukken met vrachtwagens zijn gebeurd….
Na het ontbijt zijn we richting centrum gereden. Het had die nacht nog redelijk gesneeuwd en het was ook best wel frisjes. Volgens de boordcompu van de R was het op dat moment zelfs -8 gr. Celsius.
De zon scheen echter voluit; het beloofde een prachtige dag te worden om Stockholm te bekijken.
Als je door STockholm rijdt valt overigens wederom op hoe goed men daar is ingesteld op winterse omstandigheden. Als er in NL op het journaal wordt gewaarschuwd voor sneeuw dan is dat al voldoende om het land compleet vast te laten lopen. Hier in Stockholm, waar zelfs de doorgaande wegen nog zijn bedekt met een flinke hoeveelheid sneeuw, wordt gewoon lekker doorgereden en is nauwelijks tot geen sprake van opstoppingen. Zo kan het dus ook.
We hebben de auto’s in hartje Stockholm geparkeerd om van daaruit het oude centrum te kunnen bekijken, alsmede wat andere bezienswaardigheden. In de parkeergarage viel wederom op hoe mooi een vieze 850 kan zijn.
De wereldreizigers op een rijtje, van links naar rechts: Sander, Elmar, Kornelis, Marjolein. Marc stond aan de andere kant van de camera.
Inmiddels was de zon verdwenen. Desondanks was de temperatuur gestegen tot een tropische -6 gr. Celcius!
Even de inwendige mens opwarmen met een kopje Zweedse koffie. We verdenken er trouwens van dat ze die koffie tegen kostprijs weggeven, want we moesten hem zelf inschenken. Van links naar rechts: Elmar, Kornelis, Marc en Sander. Marjolein nam de foto.
Elvis leeft trouwens. Hij schijnt gezien te zijn in een Stockholms barretje en vermomt zich daar als Arabische koffieverkoper.
Na nog wat te hebben rondgestruind in een warenhuis en een ondergronds winkelcentrum, hebben we de auto’s weer gestart en zijn weer een stukje gaan rijden. De bedoeling was eigenlijk om een stukje kustlijn met die typerende gekleurde huisjes te kunnen zien, maar dat bleek uiteindelijk iets te ver te zijn. Een mooi fotoplekje hebben we desalniettemin kunnen vinden. Niet geheel onverwacht staan er wederom een aantal 850′s op de plaat.

Mocht ik deze foto nu wel of niet plaatsen Elmar?
Inmiddels is het 23.00 uur als ik dit schrijf. Tijd om naar bed te gaan! Morgen gaan we om 7.00 uur ontbijten en willen we voor 8.00 uur vertrekken voor de rit van ca. 650km naar Umea.







































































































































